Perfect in de maat van het nummer

(Archief: 2021)

Soms vraag ik mij af wat er zou gebeuren moest ik voor dood achtergelaten worden.

Meestal denk ik er dan ook bij dat ik vlak daarvoor in mekaar geslagen ben geweest door een bende jongens.

Waarom ik in mekaar geslagen zou worden?

Wel, niet omdat ik iets uitlokte.

Misschien omdat ik gewoon voorbij wandelde.

Omdat zij niet zagen dat ik perfect in de maat van mijn nummer probeerde te stappen.

Dan neem ik zo van die passen die iets groter zijn dan normale.

Of dan stap ik juist heel snel. Hangt van het nummer af.

Misschien omdat ik iets verkeerds aanhad.

Zat mijn riem niet goed? Had ik een knoop van mijn hemd overgeslagen?

Misschien had ik iets van hen aan. Dat zou misschien verklaren waarom ze zo bleven staren.

Wat ze ook zouden zien, het zou niet veel zijn. Op de straatlamp verderop na, was het pikkedonker.

Om een lang verhaal kort te maken: toen ze keken, keek ik terug.

Hun ogen waren als de dolken die ze bovenhaalden.

Toen ze naderden, bleef ik staan, en klopte mijn stem wat klanken naar buiten.

In de duisternis kon ik de jongens niet van elkaar onderscheiden. Ze stonden bijna tegen elkaar.

Hun hoofden staken boven de duisternis van hun kledij uit.

Als koppige inktvlekken op wit papier, maakten ze mijn lichaam van hen met hun vuisten.

De boze boetseerders hadden iets voor ogen. Ik was hun klei.

Ik zou hun klappen verdragen. Ik zou in het vormpje passen.

Door hun slagen, werd ik muziek. Mijn borst incasseerde de meppen met een holle naklank.

En dan werd het zwart voor mijn ogen.

Niet plots, maar in een zachte decrescendo.

En dan lag ik daar. Dit kan ik helemaal niet weten, maar ze bleven nog wat nameppen.

Ze hadden even nog niet door dat ik buiten westen was.

Toen elke hoek van mijn lichaam naar hun zin was gemaakt, gingen ze pas weg.

Hun werk was af.

Toen lag ik daar. Naast het fietspad. Tegen een struik.

Wie zou er stoppen voor mij?

Wie ziet ten eerste iemand liggen en wie gaat hulp halen als ze weten dat ík het ben?

Vaak hebben we mensen van wie we bijna zeker zijn dat ze zullen stoppen.

Maar hoe weet je dat tot het gebeurt?

Hoe weet je of iemand jou boven zijn destinatie verkiest?

Want hoe belangrijk ben je eigenlijk?

Hoe belangrijk ben je wanneer je toch niet uitgenodigd wordt?

Hoe belangrijk ben je wanneer ze je liever kwijt dan rijk zijn?

On-belangrijk, hoewel on geen getal is.

Even onbelangrijk als dat flesje dat naast je ligt in ieder geval.

Misschien was je ooit wel nuttig, maar voor heel even dan.

Als je ze niets meer te bieden hebt, drukken ze je plat en gooien ze je weg.

Iemand anders’ probleem…

Daar lig je dan. Net zoals dat ene flesje een tijdje.

Je wacht mee tot iemand je opraapt. Je opknapt.

Maar die iemand komt niet. De zon komt op. En jij staat op.

Je bent helemaal nog niet dood.

Je staat op omdat jij jezelf belangrijk vindt.

En zo wandel je naar huis. Met de zon die vanuit het oosten je rug verwarmt.

Met iets grotere passen dan normale.

Perfect in de maat van het nummer.

© 2024 Emil Krastev